Ondanks Rudolf als een belangrijp en invloedrijk mens werd beschouwd, benadrukte hij zelf bij elke gelegenheid dat dit niet het geval was. Hij was slechts een onwetende amateur, wel met een grote interesse in zowel politiek als wetenschap. Maar aan de andere kant dwongen zijn contacten met verschillende wetenschappers, politici en schrijvers hem om zijn opleiding voort te zetten.
In het jaar 1883 opende Rudolf de Electriciteitstentoonstelling in Wenen. In het jaar 1884, nam hij deel aan het Internationaal Ornithologisch Congres, hij pleitte voor de organisatie van de Ambachtstentoonstelling in Antwerpen. In het jaar 1887 opende hij de Hygiënetentoonstelling, waar hij alle liberale opwond met de zin: ‘Het waardevolstekapitaal van staten en samenlevingen is de mens’. Ook was hij betrokken bij de Rudolfische Vereniging, die als doel had om verpleegsters op te leiden in geval van oorlog. (Verpleegsters werden opgeleid in het Rudolfisch huis, deze staat er nog) Dit kwam mede tot stand door de ramp in het ringbandtheater in het jaar 1881, waarbij 300 mensen bij omkwamen. Ook was hij de medeoprichter van de Weense Vrijwillige Reddingsvereniging.